Module 3 (H)erken je talent

Talent

Talent

Uitleg

 1. Creatief Ik heb superveel ideeën, ik houd ervan om met mijn handen dingen te maken.
 2. Doorzetter Ik houd vol, ook al is het moeilijk.
 3.  Communicatief Ik kan het goed vinden met iedereen.
 4. Sterk Karakter Ik weet wat ik wil, ik heb een eigen mening.
 5. Levendig, Gevoelig Ik laat het duidelijk merken als ik iets leuk of niet leuk vind.
 6. Zorgzaam Ik zorg graag voor andere mensen of dieren.
 7. Betrouwbaar Op mij kun je rekenen.
 8. Optimist Ik zie altijd wel een lichtpuntje, ook al is de situatie erg moeilijk.
 9. Leergierig Ik houd ervan om nieuwe dingen te leren.
10. Rechtvaardig Ik vind regels belangrijk; afspraak is afspraak.
11. IJverig Ik werk hard.
12. Sociaal Samenwerken vind ik fijn.
13. Energiek Ik heb energie, ik ben enthousiast.
14. Ontspannen Ik maak mezelf niet snel druk; ik ben relaxt.
15. Bescheiden Ik hoef niet zo nodig alle aandacht te krijgen voor wat ik doe.
16. Geduldig Ik neem de tijd voor de dingen.
17. Ideeënfontein Mijn hoofd zit vol met ideeën. Ik beweeg graag om de ideeën uit te voeren.
18. Eerlijk Ik vertel de waarheid.
19. Zelfstandig Ik kan goed zelf werken.
20. Alert Ik hoor en zie alles.
21. Leider Ik ben een aanvoerder.
22. Bedachtzaam Ik denk na voordat ik iets doe.
23. Krachtig Ik durf mijn eigen keuzes te maken.
24. Spontaan Ik maak keuzes recht uit mijn hart.
25. Humoristisch Ik kan mensen aan het lachen maken, net als het nodig is.

Module 3 (H)erken je talent

Te veel van het goede

Talent ‘te veel’

Tip

 1. Chaotisch Doe niet teveel tegelijk, een of twee ideeën tegelijk is meer dan genoeg.
2. Drammer Als je bij moeilijke dingen even iets anders gaat doen, dan gaat het straks vast makkelijker
3. Meeloper Weet voor jezelf wie je echte vrienden zijn
4. Zeur Anderen kunnen ook gelijk hebben
5. Dramaqueen of dramaking Tel eerst tot 10 voordat je gaat roepen, schreeuwen, of dansen.
6. Té lief Vergeet je jezelf niet?
7. Saai Af en toe iets geks doen is juist ook heel leuk. Probeer het maar!
8. Blij ei Soms mag je best zeggen dat iets echt niet leuk is.
9. Betweter Niemand weet altijd alles.
10. Klikspaan Denk eerst na of je dit echt moet doorvertellen
11. Werkezel Welk spel vind jij het allerleukste om te doen? Niet vergeten om te doen hoor!
12. Kletskous Helpt het je om te werken met een muziekje?
13. Hyperactief Hoe lang kun jij rustig op je stoel zitten? Neem de tijd op. Probeer het steeds iets langer vol te houden.
14. Gemakzuchtig Maak voor jezelf een energiemeter in je hoofd. Als het nodig is, zet je m gewoon een standje hoger.
15. Onzichtbaar Wat is jouw passie? Laat dat zien aan de anderen.
16. Passief Deel je taak op in kleine stukjes en gebruik een timer.
17. Speels Schrijf of teken je ideeën op papier. Dan is het uit je hoofd.
18. Bot Ken je het spreekwoord: ‘een leugentje om bestwil?’ Zoek het maar eens op.
19. Niet sociaal Kies een of twee mensen uit met wie je wél wilt samenwerken.
20. Ongeconcentreerd Wat heb JIJ nodig om geconcentreerd door te werken?  
21. Aanwezig Wie heeft het nog meer in zich, een leider zijn?Coach diegene! Dat kun jij.
22. Voorzichtig Bedenk voor jezelf iets heel nieuws dat je wilt uitproberen. Stapje voor stapje uitproberen.
23. Rebels Bedenk voor jezelf altijd een plan B
24. Impulsief Heb je er iets te snel eruit geflapt? Haal even adem. Daarna zeg je wat je echt bedoelt.
25. Clown Zoek de grap waar iedereen om lacht (ook de juf)