Ons sociale brein

In de basis zijn alle mensen sociale wezens en dat is niet voor niets. Vanuit de evolutie hebben wij als mensheid kunnen overleven door samen te werken, en het werkt ook in het klaslokaal. Gedegen onderzoek toont aan dat samenwerken het leren bevordert. De belangrijkste elementen bij goede coöperatieve werkvormen zijn:

  •  Face- to-face interactie (lachen, elkaar helpen, aanmoedigen)
  • Positieve wederkerige afhankelijkheid (het idee dat we het samen zullen moeten doen voor een zo optimaal mogelijk resultaat)
  • Zowel groepsverantwoordelijkheid als persoonlijke verantwoordelijkheid (ieder zet zijn eigen talent in zodat we als groep er het maximale uit kunnen halen)
  •  Interpersoonlijke vaardigheden inzetten als luistervaardigheden, besluitvaardigheden, vertrouwen, oplossingsvaardigheden
  • Meta proces vaardigheden (de vaardigheid om te reflecteren hoe de groep het als geheel heeft gedaan en wat de volgende beter kan)

Dit lijstje gaat voornamelijk over sociale vaardigheden, en dat is precies wat het is! Nu is het zo dat sociale vaardigheden niet aangeboren zijn, ze moeten aangeleerd worden. De prefrontale cortex, het gedeelte van het brein dat verantwoordelijk is voor verregaande sociale vaardigheden is vaak pas uit ontwikkeld rond ons 20e levensjaar. 

Toen ik pas startte met mijn lessen was ik er helemaal van overtuigd dat coöperatieve werkvormen altijd
f a n t a s t i s ch  waren. Ik paste ze dan ook toe bij elke groep waarmee ik moest werken. En ik kwam van een koude kermis thuis… Mijn leerlingen waren totaal niet in staat om samen te werken. Ze kregen ruzie, wilden niets doen, en wilden veel liever aan hun tafeltje een oefening maken. Nu denk ik, hoe logisch. Mijn leerlingen zitten veelal op traditionele scholen waar stilzitten en mond houden nog steeds gemeengoed is, en waar ook in de thuissituatie deze vaardigheden niet gestimuleerd worden. Mijn leerlingen hadden het gewoon nog niet geleerd.

Hieronder een drietal aandachtspunten bij het toepassen van coöperatieve werkvormen.

1.De meeste leerlingen presteren beter als ze in groepjes zijn opgedeeld met min of meer hetzelfde niveau. (Hoewel leerlingen met een laag niveau meer leren van leerlingen met een hoger niveau, leerlingen met een gemiddeld niveau het meeste hebben aan samenwerking met leerlingen van hetzelfde, gemiddelde niveau, en leerlingen met een hoog niveau iets beter presteren in groepjes met andere leerlingen met een hoog niveau)

2.Kleine groepjes van drie tot vier leerlingen beter presteren dan grotere of kleinere groepjes.

3.Het eenzijdig aanbieden van werkvormen die voornamelijk leunen op sociale vaardigheden veroorzaakt afhankelijkheid hiervan, en geen onafhankelijike vaardigheden. Idealiter spenderen leerlingen 5 tot 20 % van hun tijd in de klas aan sociale werkvormen.