De groeimindset nader bekeken

Het concept van Carol Dweck is inmiddels wereldwijd bekend. De vaste mindset tegenover de groeimindset. 

Mensen met een vaste mindset denken dat hun intelligentie een aangeboren eigenschap is, waar je een bepaalde hoeveelheid van hebt gekregen en dat dat het is. Oftewel: wat je kunt, staat vast. Zulke mensen gaan uitdagingen vaak uit de weg, omdat ze bang zijn om te falen. 

Mensen met een groeimindset geloven juist dat ze hun intelligentie door inzet en oefening kunnen ontwikkelen en verbeteren. Zij zijn vaak nieuwsgierig en worden geprikkeld door nieuwe uitdagingen. 

In het klaslokaal wordt de theorie van Carol Dweck omarmd. Posters worden opgehangen met teksten als ‘ik kan het niet tegenover ‘ik kan het ‘nog’ niet’, complimentenkaartjes worden uitgedeeld. 

En dat is fijn. 

Maar er is nog een vervolgstap die essentieel is.

Stap 1. aansporing en complimenten maken.

Stap 2. Maak de leerling ervan bewust wat hij nu daadwerkelijk geleerd heeft.

Dus: Wat heb je tot nu toe gedaan? Op welke manier? Op welke manier kun je een stapje verder komen? 

Begeleid je leerling op weg naar dat stapje verder. Zo lang dat nodig is. Zorg ervoor dat hij op weg naar dat volgende stapje succes ervaart. 

Het klinkt heel logisch. Is het eigenlijk ook. Maar net deze aanvulling is de sleutel tot succes.

Hieronder vind je een ervaring die ik had met een aantal leerlingen.

Het verhaal gaat over een groepje brugklassers dat bij mij studievaardigheden volgde. Het was een groepje van voornamelijk jongens in de leeftijd van 11, 12 en 13 jaar.  Dit groepje was totaal niet gemotiveerd om ook maar iets van mij aan te nemen. Vier weken heb ik besteed aan het bouwen aan een relatie met hen. In die weken werd het mij duidelijk dat dit groepje eigenlijk al de hoop had opgegeven om voldoendes te halen. Vooral Nederlands was een probleem. We haalden het boek erbij. “Dit moeten we allemaal kennen, juf. En dat lukt nooit.

“Nee,” zei ik, “Dit ga je niet allemaal leren in een week, en zelfs niet in een maand. Laten we het boek eens doornemen. Hoeveel hoofdstukken zijn er, hoe lang doe je over het leren van 1 hoofdstuk, hoeveel tijd heb je in de week om te besteden aan Nederlands?”

Al deze informatie verzamelden we en zetten de leerlingen uiteindelijk om in een planning. 

Mijn vraag aan de leerlingen: “Wat denken jullie, zou dit wel lukken?” 

Ze waren nog niet overtuigd. Want de lesstof was echt erg moeilijk. 

Oke”, zei ik, “Denk je dat het wel zou lukken als je een leerkracht hebt die je alles uitlegt wat je nog wilt weten?” 

We maakten een deal.

De komende weken gingen de jongens in mijn les aan de slag met Nederlands. Ze maakten samenvattingen en bij moeilijkheden konden ze bij mij terecht. 

Na vier weken zeiden de jongens dat ze het wel zelf konden🙂